Ergo-Advice: Bellestraat 10/A, 9100 Sint-Niklaas - T. 0475/53.27.68 - info@ergo-advice.be

11 02 2011

RSI bestond al in de middeleeuwen

RSI is helemaal geen moderne ziekte. De eerste wetenschappelijke studies over het fenomeen dateren uit de zestiende eeuw, toen de Italiaanse dokter Ramazinni klachten van monniken onderzocht over krampen in de hand bij het overschrijven van de bijbel.

Scala van klachten


Repetitieve overbelastingsletsels, ook gekend als Repetitive Strain Injury (RSI), zijn goed op weg om beroepsziekte nummer één te worden. RSI, in de volksmond tenniselleboog of muisarm, is een verzamelnaam voor een scala van klachten aan handen, polsen, vingers, schouders en nek, ontstaan door langdurig dezelfde beweging te herhalen.

Eenzijdig werk, gebrek aan pauzes en een hoge werkdruk vergroten de kans op RSI. Naast beeldschermwerkers behoren onder andere caissières, kappers, koks, lopende bandwerkers, bouwvakkers en musici tot de risicogroepen.

Rampzalige gevolgen


De medische kennis over RSI is nog beperkt. De oorzaak ligt niet bij een fout in het menselijke lichaam. Wel staat vast dat een reeks oorzaken, die elkaar bovendien versterken, aan de basis liggen van het ontstaan van dergelijke aandoeningen.

Tot de symptomen van RSI behoren verdoofdheid, tinteling, gebrek aan uithoudingsvermogen, tremor, onhandigheid, weinig gevoel of een zwaar gevoel en pijn. De pijn kan brandend zijn, zeurderig, prikkelend of schokkend als een elektrische schok.

De ontwikkeling van RSI verloopt doorgaans in drie fasen. Eerst beperken de klachten zich tijdens het werk en stopt de pijn zodra men ophoudt met werken. In de gevorderde fase ervaart de patiënt pijn bij alle bewegingen, ook na het werk. En ten slotte worden de klachten chronisch en is de patiënt zelfs niet meer in staat om een pen op te tillen.

De gevolgen zijn een lagere productiviteit en zelfs volledige arbeidsongeschiktheid.

Bron: www.stopresi.nl

{titel}

Nieuwsbrief

Velden met een * zijn verplicht in te vullen